Signaleringskaartje dementie

Dementie is soms lastig te herkennen. Uit onzekerheid geven veel mensen met beginnende dementie niet toe aan hun vergeetachtigheid en veranderingen in hun emoties en gedrag. Op het signaleringskaartje dementie hebben we alle vroege signalen van dementie voor je op een rij gezet. Het kaartje biedt houvast als je twijfelt of jouw cliënt (beginnende) dementie heeft. Ook kan het kaartje helpen om de ziekte te bespreken met je cliënt en de mantelzorger.

Wat is het signaleringskaartje dementie?

Het signaleringskaartje dementie is een kaart op A6-formaat. Hierop staan alle vroege signalen van dementie. Je kunt het kaartje gratis downloaden als pdf.

Hoe gebruik je het signaleringskaartje?

Het kaartje met vroege signalen van dementie gebruik je als geheugensteuntje voor jezelf, om te controleren of er sprake is van dementie bij je cliënt. Ook kun je het kaartje uitdelen aan je cliënt, de mantelzorger of familie. Dat maakt het soms makkelijker om het onderwerp met hen te bespreken.

Als jouw cliënt 2 of meer symptomen vertoont die op het kaartje staan, kan dit betekenen dat hij of zij een vorm van dementie heeft, zoals Alzheimer. Overleg in dit geval met je team of met de huisarts. Trek geen overhaaste conclusies, want koorts kan bijvoorbeeld vergelijkbare symptomen veroorzaken.

Waarom bieden we het signaleringskaartje aan?

De Academische Werkplaats Dementie heeft het signaleringskaartje ontwikkeld om zorgverleners te trainen in het herkennen van dementie. Een vroege diagnose is belangrijk, want het vergroot de kans dat je cliënt ermee leert omgaan. Soms kunnen medicijnen het ziekteproces nog vertragen en jij kunt passende zorg en begeleiding bieden. De diagnose dementie is voor veel mensen een grote emotionele belasting. Als je er open over praat met je cliënt en de mantelzorger, verminder je hun angst en onzekerheid.

Meer lezen over vroege signalering van dementie

Meer tools over dementie

Overzicht vroege signalen van dementie

Hieronder vind je alle vroege signalen van dementie op een rij. Deze symptomen staan ook op het signaleringskaartje.

Geheugen

  • Je cliënt heeft moeite met leren;
  • onthoudt geen nieuwe informatie;
  • vergeet afspraken;
  • vergeet recente gesprekken en gebeurtenissen;
  • is vaak dingen kwijt;
  • valt in herhaling.

Taal

  • Je cliënt vertoont woordvindstoornissen;
  • kan moeilijk op namen komen;
  • heeft moeite zich uit te drukken en een gesprek te volgen;
  • heeft een kleinere woordenschat;
  • vergist zich in de uitspraak van woorden.

Ruimtelijk inzicht

  • Je cliënt heeft moeite de weg te vinden;
  • heeft problemen met autorijden;
  • is gedesoriënteerd in een nieuwe omgeving.

Complexe handelingen

  • Je cliënt heeft moeite met ingewikkelde taken, zoals een verjaardagsvisite organiseren en financiën afhandelen;
  • heeft moeite met handelen in nieuwe situaties;
  • lijdt aan overzichtsverlies;
  • vertoont apraxie (onhandigheid bij het uitvoeren van praktische handelingen).

 

Oordeelsvermogen

  • Je cliënt vertoont verminderd begrip;
  • kan situaties minder goed beoordelen;
  • kan zich minder goed aanpassen;
  • heeft een gestoord tijdsbesef.

Denkinhoud en perceptie (waarneming)

  • Je cliënt is achterdochtig;
  • herkent sommige plekken of zaken niet meer;
  • heeft last van hallucinaties en wanen.

Stemming

  • Je cliënt is emotioneel labiel;
  • heeft last van depressie en angst.

Gedrag

  • Je cliënt is onzeker;
  • gedraagt zich afhankelijk;
  • neemt geen initiatieven meer;
  • is passief en traag;
  • verliest interesse;
  • is prikkelbaar;
  • is rigide;
  • is egocentrisch;
  • vertoont façadegedrag (probeert geheugenproblemen te verbergen);
  • is onhandig en slordig;
  • vertoont sociaal minder aangepast gedrag;
  • confabuleert (vult gaten in het geheugen op met verzinsels);
  • verandert van uiterlijk en verwaarloost zichzelf;
  • vertoont een verandering in eetlust en slaappatroon.

Spring naar toolbar