Samen helpen we meneer weer vooruit

Pauline Arts is ambassadeur voor de wijkverpleegkundige en werkt bij de ZZG zorggroep. In deze blog beschrijft ze het belang van samenwerking in de wijk bij cliënten met psychiatrische problematiek.

auteur

Het motregent als ik mijn fiets voor de eerste keer op zijn oprit zet. Vergeelde gordijnen hangen voor de ramen, omlijst door rotte kozijnen. Naast de achterdeur staan potten en bekers gevuld met iets dat ik niet thuis kan brengen. ‘Entree via achterdeur´, stond op het plankaartje.

Ik klop op de achterdeur, ga naar binnen, het rokerige halletje door naar de schaars verlichte keuken. Daar zit hij aan de keukentafel. Voorovergebogen, haren voor het gezicht: “Een nieuwe. Judas! Je bent laat” bijt hij me toe, zijn sigaret uitdrukkend in de overvolle asbak. Een moeilijke start. Ik merk dat ik op mijn tenen loop, bang om iets verkeerd te doen of te zeggen. Bang om irritatie op te roepen. Hij wantrouwt mij, vindt het verdacht dat ik er ben. ‘Allemaal smoesjes’. In huis staan foto’s van de man die hij ooit is geweest. Een vriendelijke, levenslustige man kijkt vanuit de lijstjes de kamer in. Wat is hier gebeurd, wat heeft deze verandering veroorzaakt, hoe kan deze achterdochtige man in de keuken, dezelfde zijn als de man op de foto?

In de periode die volgt bezoek ik hem vaker. Soms mag ik zorg verlenen, soms niet. Meestal snauwt hij, iedere keer scheldt hij me uit. Samen met het wantrouwen dat hij heeft naarons, de huisarts en de apotheker, groeien zijn lichamelijke klachten en de verzameling bekertjes. Hij weet zeker dat we hem willen vergiftigen, de inhoud van de bekertjes is het bewijs. Medicatie neemt hij niet meer, hij komt zijn bed niet meer uit. We zien het met de dag slechter met hem gaan. Collega’s vertellen dat hij de begeleider vanuit psychiatrie er jaren geleden uitgezet heeft. Hij wilde geen begeleiding meer. Zorg vanuit de psychiatrie is toen gestopt.

Zijn kinderen, huisarts, apotheker en wij, we komen samen niet verder, voelen ons machteloos, lijken het tij niet te kunnen keren. Ik maak een afspraak voor een gezamenlijk overleg in de praktijk van de huisarts, waarbij ik ook een medewerker van het sociaal team (gemeente) uitnodig.

Hij komt zelf ook. Het is een ingewikkeld gesprek. Hij uit regelmatig zijn wantrouwen. Hij wordt ook uitgenodigd te zeggen wat hij belangrijk vindt. Na flink doorvragen geeft hij antwoord. Ja, hij merkt dat er vreemde dingen rondom hem gebeuren. Nee, hij vertrouwt ons niet. Ja, wij moeten blijven komen. Hij ziet wel dat we allemaal ons best doen voor hem, dat is verdacht. Nee, hij wil niet meer opgenomen worden op psychiatrie, hij wil echt in zijn eigen huis, op zijn eigen plek blijven wonen. Dit is een ingang. Met hem borduren we voort op wat ervoor nodig is om dit voor elkaar te krijgen. Hij staat psychiatrische thuisbegeleiding toe. Deze aanpak wordt afgestemd met de thuisbegeleider. Regelmatig hebben we contact met de thuisbegeleider, stemmen af en kijken hoe we optimaal gebruik kunnen maken van elkaars kennis en vak.

We zien kleine successen, hij komt zijn bed weer uit, accepteert de zorg die hij nodig heeft. Hij begint ook weer zelf dingen te doen. De bekertjes verdwijnen samen met zijn klachten. Soms snauwt hij nog, en af en toe informeert hij zelfs hoe het buiten is, of hoe het met ons is. Voor een buitenstaander zou bij hem zoveel meer kunnen of nodig zijn, dat klopt. Maar met zijn allen is, stapje voor stapje, al zoveel bereikt. Binnen zijn mogelijkheden, passend bij zijn situatie.

Van Pauline verschijnen op venvn.nl ook regelmatig blogs:

VKI organiseert op 21 juni een conferentie over ‘Omgaan met cliënten met psychiatrische problematiek‘. Pauline zal hier als expert aanwezig zijn.

Spring naar toolbar