Proactief werken; signaleren van probleemsituaties in de wijk
Download als PDF Print 
 

Een praktijkvoorbeeld

Een medewerker van een woningbouwcorporatie vertelt:

‘We plegen groot onderhoud, dus we moeten bij de mensen naar binnen. Maar er was iemand die gewoon de deur niet open deed. Ook niet na 100 brieven, na 100 keer bellen. Dan doen we wat research en toen merkten we dat het inderdaad bijzondere mensen waren; er speelde wat achter de deur. Toen zijn we hulpinstanties gaan inroepen, maar niemand werd binnengelaten. We hadden echt een probleem. Ik dacht, weet je wat? Ik gooi een klein kiezelsteentje tegen hun raam.
Nou, deze man werd zo boos, zo vreselijk boos, maar de deur werd wel opengemaakt. Ik dacht ‘dan maar boos, maar ik heb wel contact met deze mensen’.
Er is inmiddels heel veel gebeurd en we hebben gerealiseerd dat deze mensen in een wisselwoning gingen tijdens de renovatie, dat ouderenzorg is ingeschakeld, dat de huisarts is langs geweest. Dus er zijn dingen op gang gekomen. Je moet soms een beetje…. Mijn manager geeft me ook de vrijheid om dingen te doen. En je hebt mensen om je heen nodig in de wijk die lekker bevlogen zijn, die doen en doorpakken.'

 
Soort tool Handreiking
 
Trefwoorden Bereikbaarheid/toegankelijkheid, complexiteit van zorg, inbreuk van zorg, preventie/vroegsignalering, samenwerken  in de eerstelijn, zorgtoeleiding
 
Doel Het actief opsporen van mensen en het (on)gevraagd en zonder voorwaarden aanbieden van hulp en begeleiding. Het doel van vroegsignalering is dat kwetsbare mensen in de wijk die zelf niet om zorg en/of hulp vragen maar dit wel nodig hebben, bereikt worden. Door de kwetsbaarheid van mensen vroegtijdig te signaleren en hen te begeleiden of toe te leiden naar zorg, kunnen ernstige/complexe gezondheidsproblemen worden voorkomen. Risicogroepen zijn mensen met risicogedrag op het gebied van leefstijl (alcohol, overgewicht, inactiviteit), diabetes, hoge bloeddruk, sociaal isolement (eenzaamheid, depressie, verwaarlozing) en mensen met dementie.
 
Doelgroep

Wijkverpleegkundigen en andere hulpverleners

 
Beschrijving

Het doel van vroegsignalering en preventief werken is: actief contact leggen met individuen die tot een kwetsbare doelgroep of risicogroep behoren, en hen in een vroeg stadium (nog voordat ernstige klachten optreden) opsporen en toeleiden naar medische en/of sociale zorg en/of hulp. De doelgroep kenmerkt zich vaak door een combinatie van factoren:

  • Leeftijd: senioren (eenzaamheid, depressie)
  • Een lage sociaal economische status
  • Mensen van niet-westerse allochtone afkomst
  • Mensen met verslavings- en drugproblematiek
  • Risicovol leefstijlgedrag: alcohol, overgewicht, diabetes, sociaal isolement.

Wijkbewoners, potentiële cliënten worden in hun eigen leefomgeving opgezocht. Daarbij is het goed om 'vindplaatsen’ zoals buurthuizen, verzorgingshuizen en kerken/moskeeën in kaart te brengen en aan te sluiten bij al bestaande activiteiten in de wijk. Contact met sleutelfiguren van een kerk, allochtone gemeenschap, vrijwilligersorganisatie of bijvoorbeeld het leger des heils, is belangrijk.

De vroegsignalerende en preventieve werkwijze doet denken aan de ‘ouderwetse’ wijkverpleegkundige die preventieve huisbezoeken bracht. De mogelijkheden voor financiering hiervan zijn verminderd en vervangen door AIV-huisbezoeken.
Een bijkomend punt is dat er negatieve associaties bestonden rondom bemoeizorg, zoals "betutteling ". De laatste jaren is het gedachtegoed weer in rap tempo teruggekeerd onder nieuwe benamingen zoals "Zichtbare Schakel". Deze bevindt zich in het hart van de sociale vernieuwing, zoals invoering van de WMO. Enthousiasme voor deze vorm van gezondheidsbevordering is sterk toegenomen.

 
Werkwijze

Hoe pak je Vroegtijdig signaleren stapsgewijs aan?

  1. Vroegsignalering en preventief werken begint bij het maken van een analyse van de wijk:
    -  op basis van demografische gegevens die beschikbaar zijn via de GGD (de Gezondheidsenquête) en het RIVM;
    - een sociale kaart van de wijk. Het in kaart brengen van eerstelijnspartners in de wijk aangevuld met andere sociale partners zoals de wijkagent, de woningbouwcorporatie/ huismeesters, de gemeente, huisarts, het maatschappelijk werk, het welzijns- en ouderenwerk, vrijwilligers van de kerk en hulpverleners die achter de voordeur komen. Daarbij is het goed om 'vindplaatsen' zoals buurthuizen, verzorgingshuizen en kerken/moskeeën in beeld te hebben.
  2. De tweede stap is om elkaar goed te leren kennen: Contact met sleutelfiguren van een kerk, allochtone gemeenschap, vrijwilligersorganisatie of bijvoorbeeld het leger des heils, is belangrijk. Kennismaken (netwerken) en aansluiten bij bestaande buurtoverleggen. Het opbouwen en onderhouden van een netwerk stelt eisen aan vaardigheden en kost tijd.
  3. Vervolgens kunnen probleemsituaties met de diverse partijen in de wijk, in beeld gebracht worden en kan met respect voor ieders rol en expertise een plan ontwikkeld en uitgevoerd worden. Sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande activiteiten in de wijk.
 
Verwijzing

- Zie voor demografische gegevens www.ggd.nl  (zoeken naar eigen regio of postcodegebieden) en www.rivm.nl.
- Zie voor informatie over outreachende hulpverlening: www.kenniscentrum-ouderen.nl.
- Quickscan “hulpverlening aan ouderen met complexe problematiek”, oktober 2004 (NIZW/Vilans).
- Doorn, L. van; Etten, Y. van; Gademan, M. (2008). Outreachend werken; handboek voor werkers in de eerste lijn, Coutinho. Thuiszorgmedewerkers kunnen van de cases in dit boek 'outreachend werken' leren pro-actief te werken, weer naar de mensen toe te gaan in plaats van af te wachten tot een zorgvraag via het centrale meldpunt binnenkomt.
- Interessant is de methode van de "presentietheorie" van Andries Baart, zie www.presentie.nl

 
Effect/resultaat

Door verbetering op het gebied van vroegsignalering en vroegdiagnostiek kunnen we bijdragen aan een gezondere leefstijl en bevorderen we dat mensen mogelijk een kleiner beroep doen op zorgverlening.

 
Ervaringen

Vroegsignalering past bij samenwerkingsnetwerken in de eerstelijn. Veel instellingen welzijn ouderen voeren al lang outreachende hulpverlening uit (bijvoorbeeld huisbezoeken door ouderenadviseurs). Zij stuiten regelmatig op dilemma’s als: is dit bemoeizorg of bemoeizucht?

Vroegsignalering en preventief werken stelt eisen aan vaardigheden van beroepskrachten, de randvoorwaarden waaronder zij hun werk doen en de samenwerkingsrelaties tussen hulpverleners en vrijwilligers. Het betekent dat men binnen de wijksetting organisatieoverstijgend moeten kunnen werken en dat de lijnen tussen beroepskrachten en vrijwilligers zo kort mogelijk zijn.

Problemen staan vaak niet op zichzelf: naast eenzaamheid kunnen bijvoorbeeld ook problemen als depressie, verwaarlozing of verslaving een rol spelen. Multidisciplinaire samenwerking en goede regie is bepalend voor het succes van pro-actief werken. De opvolging na de vroegsignalering is van groot belang. Het signaleren en bereiken van de doelgroep en het verwijzen naar andere disciplines behoren tot de taken van de wijkverpleegkundige. Een valkuil is dat de wijkverpleegkundige zich begeeft op terreinen waar haar specifieke expertise niet ligt, maar een terrein dat eerder behoort tot disciplines zoals huisarts, maatschappelijk werk of GGZ.

 
Overig

Vroegsignalering en preventief werken onderscheidt zich op vier terreinen van andere hulpverleningsvormen:

  1. De verantwoordelijkheid voor het krijgen van hulp ligt niet primair bij de gebruiker/cliënt. Dit staat haaks op de eigen verantwoordelijkheid van burgers, uitgangspunt van de huidige dominante maatschappelijke opvatting.
  2. De hulpverlening richt zich op de meest kwetsbare groepen en op moeilijk bereikbare en ongemotiveerde doelgroepen. 
  3. De hulpverlening wordt om de cliënt heen georganiseerd. Niet het institutionele aanbod is de norm, maar de leefwereld en de behoeften van de cliënt. De hulpverlening is flexibel en los georganiseerd zodat elke cliënt hulp op maat kan krijgen. De hulpverleners werken samen met andere disciplines en partijen om zo de versnipperde zorg te bundelen en in samenhang aan de cliënt aan te bieden. 
  4. Ruimere en flexibeler tijdsinvestering. Bij vroegsignalering wordt de beschikbare tijd voor de cliënt niet van te voren vastgelegd zoals bij andere vormen van hulpverlening gebruikelijk is. De tijd kan flexibel naar behoefte van het hulpverleningscontact worden ingezet. Ook kan de duur van de hulpverlening een langere doorlooptijd hebben.
    (bron: www.vilans.nl augustus 2010).

 


Gepubliceerd: 13-04-2011
Aantal keer bekeken: 700

Terug
Proactief werken; signaleren van probleemsituaties in de wijk